Waar komen de Brugse Zotten vandaan?

Voor de legende van de Brugse zot moet er teruggegaan worden naar het Vlaanderen van de 15de eeuw. In 1488 was er immers onvrede tussen de Habsburgse keizer Maximiliaan I van Oostenrijk en de Bruggelingen, die streefden naar meer stedelijke autonomie.  Nadat Maximiliaan van Oostenrijk meer dan vier maanden gevangen gehouden werd in ‘huys Craenenburg’ op de Brugse Markt, legde de vorst een verbod op om nog jaarmarkten in Brugge te organiseren.

Dit verbod was een financiële aderlating voor Brugge, waarop de stad hem een groot feest aanbood met de bedoeling hem te paaien. Zo konden de Bruggelingen opnieuw toelating vragen om een jaarmarkt te houden en werd er eveneens gevraagd om een nieuw zothuis te mogen bouwen. Volgens de legende zou Maximiliaan geantwoord hebben met de legendarische woorden: ‘Sluit alle poorten van Brugge en je hebt een zothuis.’

Zo werd de naam ‘Brugse zotten’ geboren. Het woord ‘zotten’ zou echter nooit de betekenis van krankzinnig gehad hebben. Het zou verwijzen naar het eigenzinnige karakter van de Bruggelingen en hun voorliefde voor humor en zottebollen.